Pencak silat
Pencak Silat is de verzamelnaam voor Indonesische krijgskunsten. Doordat in de jungle van Indonesië veel wilde dieren leefden, leerden de Indonesiërs zich een zelfverdediging aan die zich onderscheidde van iedere andere vorm van zelfverdediging. Zij begonnen namelijk de bewegingen van dieren te imiteren. Per streek zijn traditioneel verschillende stijlen ontwikkeld. Deze technieken werden steeds verder aangepast en geperfectioneerd. In de loop der tijd zijn er een aantal verschillende vechtstijlen ontstaan, waarvan de meest bekende die van de tijger, de aap, de slang en vleermuis zijn. Deze combinatie van vechtsport en kunst kent een groot scala aan bewegingen en houdingen.
Het Pencak silat bestaat uit twee delen. Pencak staat voor beweging met gecontroleerde, soepele lichaamsbeheersing, die sierlijk is. Silat staat voor bliksemsnelle bewegingen, gebaseerd op hardheid met als doel verdediging, neutralisering en tegenaanval.
De Indonesiërs maakten ook gebruik van verschillende wapens. Aangezien het dragen of bezitten van een wapen verboden werd, maakte ze vooral gebruik van hun landbouwgereedschappen zoals de kapmessen, stokken en zelfs de waaier werd in de handen van de pesilat een dodelijk wapen.
De Pencak Silat is in Indonesië sterk vermengd met magie, waarbij fysieke en geestelijke ontwikkeling hand in hand gaan. In Europa is de fysieke kant het meest bekend. Er zijn meer dan 150 verschillende stijlen met daaronder verschillende substijlen. Hedendaags worden er nog steeds nieuwe stijlen ontwikkeld. Men weet niet wanneer deze vechtkunst is ontwikkeld. Men weet wel dat dit een van de oudste gevechtskunsten uit Zuidoost Azië is, namelijk van voor de Hindoestaanse tijd.
Sportingclub Theo Komen maakt gebruik van één van de oudste stijlen n.l. cingkrik. Hierin krijgt men les in Kebatinan (mental Spiritueel), Seni (cultureleel/kunst), Bela Diri (zelfverdediging), Perduaan (techniek), Sabung (sparren) en wordt er geoefend met diverse wapens (Senjata) die de Indonesiers als landbouwgereedschappen gebruikten zoals de waaier (Kipas) die ze gebruikten in de eerste instantie tegen de warmte, Golok (kapmes), Toya / Tongkat (lange of korte stok), Silang (kruis stok), Parang (lange kapmes), Cabang (drietand) en de Celurit (Sikkel).





